revalidatie logo


federatie leden
revalidatie centra contacteer ons revalidatie vorming vacatures links
Zoek  

Een verhaal...

De werkgroep P.R. wil verschillende mogelijkheden exploreren om de naambekendheid van de Centra voor Ambulante Revalidatie te vergroten. Om op een eenvoudige manier onze missie en doelstellingen te verduidelijken dacht ik aan een verhaal. Een verhaal dat de bezieling van onze centra moet blootleggen. Iedereen voor wie deze tekst bedoeld is, wordt meegenomen op een korte reis door Vlaanderen om zelf enkele C.A.R. te ontdekken. Ze kunnen zelf hun weg gaan zoeken in de verschillende gebouwen met hun respectievelijke 'bewoners'.
Ik heb deze ontdekkingstocht ondernomen en overal geluisterd en gekeken en ik stelde vast dat drie verschillende groepen de centra bevolken: de kinderen, de ouders en de therapeuten. Elk hebben ze een eigen verhaal. De drie verhalen zijn door elkaar geweven en geraken pas los als er een aantal hindernissen opgeruimd worden.

De kinderen ...

Kinderen zijn de eigenlijke 'klanten' van de 'C.A.R.'. Het zijn zeer belangrijke klanten, zij zullen immers straks de toekomst bepalen. Het zijn groeiende, voortdurend ontwikkelende en evoluerende kinderen. Hun ouders, grootouders en bredere omgeving zien hen maar al te graag, liefst zonder veel omwegen, sporen naar de top. In de loop van deze tocht leren ze omgaan met hun zintuigen, hun spieren, hun lichaam en hun verstand. Eén obstakel op hun weg, een loszittende of een slecht gevormde treinrail kan oorzaak zijn van een vertraging, een hindernis, een breuk... Wat eruit ziet als een eenvoudige ontsporing blijkt bij nader inzien, vaak een kluwen van tekorten of stoornissen.

De kinderen over wie ik het heb, zijn kinderen die zich al maanden, soms jaren, duidelijk willen maken voor hun omgeving, maar niet begrepen werden. Of het zijn kinderen die al een paar kromme rails tegenkwamen op hun tocht. Ze moesten veel te vroeg stilzitten in een veel te grote klas tussen een groep verstandige kinderen. Ze werden geconfronteerd met 'falen' en met de teleurstelling die dit in hun omgeving teweegbracht.

Andere kinderen voelen zich niet goed in hun eigen vel. Ze zijn vol goede wil om zich te gedragen zoals het hoort. Toch is er altijd dat vervelende stemmetje binnenin dat hen een ander, ongewenst, gedrag laat stellen. Hun handen en hun voeten willen bewegen, ze moeten alsmaar aan andere dingen denken en ze willen allerhande dingen vertellen ook als hen daar niet om gevraagd wordt. Om de haverklap worden ze aangemaand om stil, rustig en aandachtig te zijn.

Nog andere kinderen leven in hun eigen kleine droomwereld waarin ze alles zelf onder controle hebben. Ze vermijden angstvallig contacten met de buitenwereld en raken van streek als er een onverwachte gebeurtenis de kop opsteekt. Sommigen worden opstandig en doen opzettelijk fout, anderen roepen luidkeels om hulp. Nog anderen geven er de brui aan en worden moedeloos en gelaten... Wanneer een ontsporing dergelijke complexe gevolgen teweegbrengt is er hulp nodig om de weg opnieuw te effenen, het spoor te herstellen. De kans dat de toekomst van deze kinderen gehypothekeerd wordt is immers reëel. In onze moderne maatschappij is er van langs om minder plaats voor buitenbeentjes.

Voor de C.A.R. is hier een specifieke taak weggelegd. Zij zorgen ervoor dat kinderen individueel kunnen terugvallen op therapeuten die hen opnieuw vertrouwen geven, samen met hen een eind verder trekken en hen gaandeweg weer loslaten om op eigen benen de klim naar de top verder te zetten.

Bij ongeveer 5% van een normale schoolbevolking doen zich ernstige stoornissen voor. In onze vakterminologie betreft het o.m. kinderen met complexe (taal)ontwikkelingsstoornissen, dyslexie, dysorthografie, dyscalculie, dyspraxie, aandachtsstoornissen, hyperactief gedrag of autisme. Ook kinderen, jongeren en volwassenen met mentale handicap, auditieve handicap, hersentrauma, laryngectomie of afasie kunnen terecht in sommige C.A.R.

De ouders...

Als kinderen klant zijn van het C.A.R. dan zijn hun ouders dit uiteraard ook. Zij immers formuleren de hulpvraag, zij immers engageren zich om ervoor te zorgen dat hun kind minstens twee maal per week, vaak gedurende meerdere jaren naar de therapie komt. Zij immers moeten ervoor betalen.

De weg die afgelegd wordt tussen het vaststellen van het probleem, het inzien van de ernst en uiteindelijk het inroepen van hulp, is voor iedere ouder verschillend. Voor het grootste deel van de ouders is de stap naar de C.A.R.'groot en de drempel hoog. Ze moeten aan grootouders, buren, vrienden en kennissen toegeven dat hun kleine genie niet voldoet aan hun verwachtingen. Sommigen voelen zich als ouder zelfs falen...

Het is bijgevolg voor iedere ouder die een hulpvraag komt stellen van zeer groot belang dat hij in vertrouwen, binnen de veilige muren van het C.A.R., met zijn zorgen, twijfels of zijn frustraties terecht kan.

De ouders die de hulpvraag voor het eerst stellen kan ik verdelen in drie groepen : De (over- ?) bezorgde ouders die op eigen houtje, liever een beetje te vroeg, deskundig advies vragen. Ze sturen behoedzaam hun kind op de juiste weg, verwijderen elk klein obstakel dat op de weg ligt maar stellen vast dat er toch hindernissen zijn waarvoor, mogelijks, deskundige hulp aangewezen is.

Een tweede groep zijn de ouders die al jaren vruchteloos op zoek zijn naar een ander soort hulp voor hun kind. Ze werkten zich te pletter om kleine en grote obstakels te verwijderen maar zien desondanks hun kind (ernstige) vertragingen oplopen. Niet zelden werd hun bezorgdheid door buitenstaanders weggewuifd. Ze voelen zich in de kou staan en vrezen dat ze 'te laat' zijn.
En dan is er een kleine groep ouders die zelf geen echte problemen zien bij hun kinderen maar zich niet willen verzetten tegen het advies van de school of de psycholoog van het CLB die het nodig vindt dat hun kind revalidatie krijgt. Pas na het bijkomend onderzoek in de C.A.R. erkennen ze dat hun kind inderdaad een aantal tekorten vertoont...

Ouders rekenen ten stelligste (en terecht!) op de deskundigheid van de therapeuten. Ze mogen echter niet verwachten dat de therapeuten hun sturende taak zullen overnemen. Van de ouders wordt immers verwacht dat ze co-piloot blijven want vroeg of laat zullen ze alleen met hun kinderen verder moeten. Regelmatig pedagogisch advies is bijgevolg onontbeerlijk. Voor sommige ouders kan bovendien het aanvaarden van het probleem, een ontzaglijk grote stap betekenen. Een rustig gesprek met de therapeuten maakt deel uit van het behandelingsproces. Ouders vinden bij de therapeuten van de C.A.R. een toeverlaat waar ze terecht kunnen met hun emoties, met hun ontgoochelingen én met hun vragen.

De therapeuten...

De therapeuten zijn de belangrijkste 'bewoners' van de C.A.R.. Het zijn stuk voor stuk artiesten met hun eigen specialisaties en hun eigen benaderingswijze naar de kinderen en de ouders. Therapeuten hoor je dan ook altijd spreken over hún kinderen en hún ouders waarmee zij hún kamer delen. Voor kinderen (maar ook voor ouders ) is deze identiteit onontbeerlijk. Dat zij bovendien hun therapeutisch werk continu in vraag stellen, zowel tegenover elkaar als tegenover de buitenwereld, getuigt van hun grote professionele kwaliteit.

Op elke individuele therapeut rust de immense opdracht om voor kinderen en jongeren, daar waar anderen er vaak niet in slaagden, de obstakels van de weg te halen, de weg te herstellen zodat zij hun tocht naar de top verder kunnen zetten. Om zware brokstukken te verwijderen is méér mankracht nodig en moeten soms hulpmiddelen aangewend worden. Elk probleem, bij elk kind, wordt bijgevolg aangepakt door een team van meerdere therapeuten. Ze werken samen maar behouden tegelijkertijd hun eigen professionele autonomie en specifieke inbreng. De therapeutische stijl waarmee ze dit doen is zeer gelijklopend en duidelijk afgesproken. Meer nog, het therapeutisch team werkt als één coherente groep aan de verschillende aspecten van de ontwikkeling van het kind. Ze weten waarmee ze bezig zijn. Dat geeft aan de kinderen én aan hun omgeving een gevoel van zekerheid. Om dergelijke intensieve samenwerking behoorlijk te laten verlopen is continue coördinatie en coaching met een groot respect voor de individuele interesses en de persoonlijke stijl van elke betrokken therapeut, zeer belangrijk. Jammer dat door een aantal opgelegde wetten en normen de zo waardevolle therapeutische vrijheden soms nog beperkt worden.