revalidatie logo


federatie leden
revalidatie centra contacteer ons revalidatie vorming vacatures links
Zoek  

Voor wie

De NAH-werking van de ambulante revalidatiecentra richt zich uitsluitend op niet-degeneratieve letsels bij volwassenen en kinderen vanaf 3 jaar. Belangrijkste oorzaken zijn schedeltrauma en beroerte, maar frequent worden er ook mensen behandeld met een letsel als gevolg van een tumor, zuurstoftekort, herseninfecties of intoxicatie. Hoewel dementie ook als NAH gezien kan worden, moeten we die mensen toch doorverwijzen. Door de ernstige medische aard van deze problematiek is de patiënt vrijwel steeds opgenomen geweest in een ziekenhuis. Daar is de behandeling ook meestal gestart. Vaak wordt men echter pas bij thuiskomst ten volle geconfronteerd met de gevolgen.

De gevolgen zijn zeer uiteenlopend, afhankelijk van de aard en de uitgebreidheid van het letsel. Wanneer de hersenzones, verantwoordelijk voor de motoriek, beschadigd zijn, verliezen mensen in min of meerdere mate de controle over hun spieren. Stappen kan hierdoor onmogelijk worden of het gebruik van de armen. Als gevolg hiervan hebben sommige mensen het moeilijk met dagelijkse activiteiten in het huishouden of zelfzorg. Voor anderen zorgen de communicatie moeilijkheden voor een steeds groter wordende isolatie. Het vroegere werk en de bijhorende sociale contacten en zingeving worden veelal onmogelijk. Ook de voldoening die men vroeger uit hobby’s haalde moet men voortaan missen.

Minder zichtbaar zijn de cognitieve stoornissen. De aandacht kan gestoord zijn, het geheugen voor feiten en handelingen, het abstract en probleemoplossend denken. Het verlies van mentale functies wordt door mensen vaak als zeer frustrerend ervaren. Soms zien we dat mensen in hun persoonlijkheid geraakt zijn. Ze worden dan impulsiever of net eerder apathisch. Bijzonder frustrerend voor de omgeving is het gebrek aan ziekte-inzicht. Het gemeenschappelijk kenmerk van al deze verschijningsvormen is de breuk in de levenslijn: het slachtoffer en zijn of haar omgeving moeten verder met veranderde mogelijkheden, maar vaak met dezelfde dromen en verwachtingen van voor het letsel.

Wat doen we?

Centraal staat de levenskwaliteit van de getroffenen. Het revalidatieteam engageert zich om de slachtoffers van het NAH zo goed mogelijk bij te staan bij de verschillende noden, die deze mensen tijdens die moeilijke periode ervaren:

  1. Nood aan herstel

Het liefst wil men terug naar de vroegere situatie. Ook al had het vroegere leven misschien ook gebreken, men had tenminste de mogelijkheden om met die gebreken om te gaan. Wat mensen echt willen is het herstel van die mogelijkheden.

De revalidatie-equipe is samengesteld uit een revalidatiearts, psychosociaal medewerkers, kinesitherapeuten, logopedisten en ergotherapeuten. Op die manier kunnen de verschillende stoornissen maximaal getraind worden. Door de relatieve kleinschaligheid van de NAH-teams binnen de ambulante revalidatiecentra is er een nauw contact tussen de patiënt en de behandelend therapeuten, die hierdoor de patiënten zeer goed kunnen opvolgen. De centra zijn in het bijzonder gespecialiseerd in de behandeling van cognitieve stoornissen.

  1. Nood aan hulpmiddelen en -technieken

Tot op de laatste revalidatiedag blijft het team herstel stimuleren waar dat zinvol lijkt. Voor sommige problemen is dit echter niet meer aangewezen. Dan staat de zelfredzaamheid van het individu op de voorgrond. Die kan gestimuleerd worden door te leren dingen op een andere manier te doen. Men kan leren hoe men zelf kan rechtstaan uit een zetel met een halfzijdige verlamming, net als men met mnemotechnische middelen toch nog een en ander kan onthouden.

In bepaalde gevallen kunnen technische hulpmiddelen het verschil maken. (Elektronische) zakagenda’s kunnen geheugenproblemen al in een belangrijke mate opvangen, terwijl kleine hulpmiddelen als aangepast bestek en bordomranders mensen kan toelaten om zelfstandig te eten. Het vergt een aanpassing om die hulpmiddelen te accepteren. De mogelijkheid om dit uit te proberen in de veilige revalidatiecontext, waarbij men de voordelen hiervan dadelijk kan ondervinden, werkt vaak drempelverlagend. Zowel informatie over welke middelen geschikt zijn als oefening hoe ze te gebruiken wordt geboden door het revalidatieteam.

  1. Nood aan sociaal-administratieve bijstand

Heel wat diensten en voorzieningen doen een aanbod die ook de financiële druk op het getroffen gezin wat draaglijker kan maken. De toestand van de patiënt brengt heel wat kosten mee. Direct medische kosten, zoals de hospitalisatie en medicatie worden door de mutualiteit gedragen. Daarnaast zijn er noden op het vlak van woningaanpassing, hulpmiddelen, eventueel dagopvang, die gedragen worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De sociale dienst van het ambulant revalidatiecentrum kan hierbij helpen.

  1. Nood aan lotgenotencontact

Vermoedelijk weet enkel een lotgenoot helemaal wat het betekent om aan de rolstoel gekluisterd te zijn, of hoe vermoeiend het is om telkens weer te moeten zoeken naar wat aan het geheugen ontsnapt. Groepstherapie maakt dit lotgenotencontact mogelijk.

  1. Nood aan informatie en begeleiding voor de ruimere omgeving

Geregeld worden informatiemomenten voorzien voor de omgeving en andere geïnteresseerden. Mensen krijgen hier een beter inzicht in het functioneren van de hersenen en de praktische implicaties hiervan. Door sommige informatieactiviteiten open te stellen voor een breder publiek proberen de ambulante revalidatiecentra actief bij te dragen tot een groter maatschappelijk begrip voor deze problematiek.

Hoe?

Onze therapeutische visie bestaat erin dat we de levenskwaliteit van mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving willen bevorderen. Het revalidatieteam probeert een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de noden en de verwachtingen van het slachtoffer en de familie. Wetenschappelijk onderzoek toont trouwens aan dat het verband tussen wat iemand werkelijk kan en hoe die persoon zich voelt eerder klein is. Men mag de factor verwachting niet over het hoofd zien. Daarom leggen we met patiënt en omgeving een weg af, waar het maximaal realiseerbare nagestreefd wordt van de verwachtingen. Vaak mondt dit uit in een toestand, die niemand bij aanvang had kunnen voorspellen. Vaak zijn ook de verwachtingen veranderd. Soms met een spectaculair resultaat, soms beperkt, maar telkens met een maximaal respect voor de waardigheid van die persoon en met een maximale inzet van de ervaring en wetenschappelijke kennis van het revalidatieteam.

Na aanmelding in een ambulant revalidatiecentrum wordt het onderzoek opgestart, met de bedoeling om de revalidatie op te laten volgen. De maximale revalidatieduur bedraagt twee jaar. Onze overeenkomst met het Riziv verplicht ons bovendien de revalidatie op te starten zes ten laatste zes maanden na het oplopen van het letsel. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk indien binnen die periode elders revalidatie is opgestart. Hiervoor neemt u best contact op met een centrum in uw buurt.