Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR)

Wie zijn de Centra voor Ambulante Revalidatie

De revalidatiecentra bevinden zich op de tweede lijn van de gezondheidszorg Dit betekent dat men er enkel terecht kan op voorschrift van een verwijzende arts. Dit kan een schoolarts, huisarts of specialist zijn.


De centra zijn erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap  en de revalidatie gebeurt voor rekening van het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsuitkering (RIZIV).


Vanaf 1 juli 2014 is Vlaanderen bevoegd voor het beleid van de Vlaamse Centra voor Ambulante Revalidatie. Er werden overgangsprotocollen afgesproken tussen de federale overheid en de gemeenschappen, waarin werd bepaald dat het RIZIV voor de CAR de dossiers volgens de huidige procedure zal blijven behandelen tot 31 december 2018.

Wat gebeurt er in de Centra voor Ambulante Revalidatie

Het centrum voor ambulante revalidatie staat in voor multidisciplinair onderzoek en behandeling .

Om in aanmerking te komen voor onderzoek en/of behandeling in het centrum dient u aangesloten te zijn bij een mutualiteit. De mutualiteit betaalt de revalidatiekosten (onderzoek en behandeling), behalve het remgeld dat evolueert met de index.

Door Wie

Multidisciplinair onderzoek en behandeling vereist een multidisciplinair team. Het team  bestaat uit:

  • geneesheer-specialisten
  • psychologen/orthopedagogen
  • logopedisten
  • audiologen
  • ergotherapeuten
  • kinisitherapeuten
  • psychomotorische therapeuten
  • maatschappelijke/psychologische assitenten
  • sociaal verpleegkundige


Aanmelding

Ieder onderzoek begint met een eerste verkennend gesprek met een psychosociaal medewerker om zicht te krijgen op het aangemelde probleem. 

Onderzoek

Dan volgen verschillende onderzoeken die, afhankelijk van de gestelde problematiek, worden uitgevoerd door
een psycholoog (of orthopedagoog) en paramedici (zoals kinesist, logopedist, ergotherapeut en/of audioloog ...). Tevens is aan elk onderzoeksgeheel altijd een consultatie bij de geneesheer specialist van het centrum verbonden.

De beschikbare gegevens afkomstig van de verwijzende diensten (artsen, centra voor leerlingenbegeleiding - CLB, centra voor ontwikkelingsstoornissen - COS, centra voor geestelijke gezondheidszorg) worden aangevuld met de specifieke bevindingen uit de verschillende onderzoeken binnen het centrum. Tijdens de teamvergadering worden al deze gegevens geïntegreerd tot een samenhangend diagnostisch geheel/beeld.

De resultaten worden besproken met de ouders (of de volwassen revalidant en de partner) en gerapporteerd aan de verwijzer. Afhankelijk van de aard en de complexiteit van de problematiek wordt een multidisciplinair revalidatieprogramma geadviseerd of wordt verwezen naar een andere aangepaste vorm van hulpverlening.

Behandeling

Voor iedere revalidant wordt een geïndividualiseerd revalidatieprogramma opgesteld. De behandeling bestaat uit zeer regelmatige gespecialiseerde psychosociale, paramedische en medische tussenkomsten door een team van verschillende therapeuten onder permanent toezicht van een revalidatiearts. De tussenkomsten beperken zich meestal tot twee à drie sessies van één tot twee uur per week. Naargelang de therapeutische doelstellingen gebeurt de behandeling individueel of in groepsverband.

Elk multidisciplinair revalidatieprogramma bevat regelmatige evaluatieonderzoeken, overlegmomenten, adviesgesprekken en begeleiding van de ouders alsook een systematische samenwerking met alle andere betrokken instanties (school, CLB, CGG, artsen ...).

Afronding

Het beëindigen van de revalidatie gebeurt na een zorgvuldige evaluatie van de resultaten van de behandeling

De beëindiging gebeurt omwille van volgende redenen:

  • de revalidatiedoelstellingen zijn bereikt
  • Het maximaal aantal zittingen is opgebruikt
  • De multidisciplinaire werking is niet meer noodzakelijk
  • Op vraag van de revalidant/ouders en/of het team
  • Omwille van de onderbreking van de revalidatie

Een behandeling wordt afgerond in onderling overleg met alle betrokkenen of na het verlopen van de maximaal toegestane behandelingsduur.

Na de revalidatie kunnen revalidanten, indien nodig, verwezen worden naar andere instanties (bvb.zelfstandig werkende logopedisten of kinesitherapeuten).

De overdracht van relevante informatie gebeurt door een de psychosociale dienst.